“Ik leidde een volkomen normaal leven. Ik was 20, zat op de MTS en ging regelmatig een biertje drinken met wat vrienden. ‘Carpe diem’, was het motto. Toen kreeg ik het ongeluk. Om half tien ’s avonds zat ik in mijn eentje in de auto en ben toen tegen een plotseling stoppende vrachtwagen gereden. Mijn auto lag volkomen in puin en sinds die tijd ben ik blind.”
”Weken na het ongeluk ben ik weer bij bewust zijn gekomen. Ik heb niet in coma gelegen, maar door de zware medicijnen ben ik lang buiten bewust zijn geweest. Bij de aanrijding ben ik met mijn hoofd tegen het stuur gekomen en heb daardoor een zware hersenbeschadiging gekregen. De eerste weken heb ik moeten vechten voor mijn leven. Ik weet daar niets meer van, noch van het ongeluk. Alles wat ik weet, heb ik van horen zeggen.”
Het besef
”Toen ik bijkwam realiseerde ik me niet dat alles opeens zwart was, dat besef is geleidelijk gekomen. De eerste maand had ik een buisje in mijn keel waardoor ik niet kon praten. Ik heb toen veel geschreven. Mijn ouders vroeg ik naar het ongeluk en zij gaven mij dan antwoord. Meer en meer werd ik geconfronteerd met mijn blind zijn en ik begon onleesbaar te schrijven. Ik denk dat mijn hersenen, en zodoende ik dus ook, toen pas besefte: ik kan niet meer zien.”
“Vanaf het moment dat het buisje uit mijn keel ging werd het steeds meer realiteit. Ik kreeg allerlei informatie over blindheid en hoe daarmee om te gaan. Ik reageerde volkomen onverschillig: ‘Ik met een stok, of een hond? Dat heb ik toch niet nodig?’ Mijn omgeving snapte daar maar weinig van, maar begreep wel dat ik nog niet helemaal ‘normaal’ was. Dit klopte ook wel. Ik had nog lang niet verwerkt wat er allemaal was gebeurd.”
Oefenen, oefenen, oefenen
”In totaal heb ik twee maanden in het ziekenhuis gelegen. De laatste weken heb ik alleen maar moeten oefenen. Oefenen om te zitten, nadat ik zo lang had moeten liggen. Oefenen mijn evenwicht terug te krijgen, omdat ik dat na mijn blind zijn kwijt was geraakt. Aan verdere revalidatie deden ze niet in het ziekenhuis. Dat kreeg ik pas in therapie toen ik alweer een tijdje thuis was.”
”Hoe kleed je je aan, moet je je scheren, hoe schil je een sinaasappel, voel je waar de borden zijn zonder alles om te stoten, houd je je mes en vork goed vast, enzovoorts. Als je blind wordt moet je dat allemaal opnieuw leren. Tegen mijn vrienden zei ik stoer dat er niets zou veranderen en ik zo snel mogelijk weer met ze in de kroeg zou staan. Nogal overmoedig, dat weet ik nu wel, maar daar wilde ik toen nog niet aan.”
Verwachtingen
”In het ziekenhuis wilden ze me niet teveel confronteren met de gevolgen van mijn ongeluk, waarschijnlijk om mij te sparen. Daardoor had ik in eerste instantie allerlei verwachtingen en plannen die uiteindelijk niet uitvoerbaar zijn met een visuele handicap. Dat neem ik ze wel kwalijk. De schok met het besef wat blind zijn allemaal inhoudt kwam hierdoor later en harder aan.”
”Door mijn ongeluk ben ik veel vrijheid kwijt geraakt. Als je blind bent moet je alles een stuk voorzichtiger doen. Ik kan niet even rennen zonder onderuit te gaan, bijvoorbeeld. En auto rijden, dat mis ik zo. Ik heb maar twee jaar mijn rijbewijs gehad, maar dat gevoel van op de weg zitten met dat oneindige asfalt voor je; dat is gewoon genieten. Ook al was mijn laatste rit niet bepaald geslaagd.”
Steun
”Ik heb veel steun gehad aan familie en vrienden. Natuurlijk moest ik de klap zelf verwerken, maar dit hoef je niet alleen te doen. Er wordt gesuggereerd dat er altijd wel iemand afhaakt en teleurstelt. Ik heb dat niet gehad. Eigenlijk ben ik vooral verrast door de enorme hulp die ik van buitenaf kreeg. Hierdoor heb ik mijn ongeluk wel goed kunnen verwerken, denk ik. Vanzelfsprekend voel ik me soms machteloos, angstig en onzeker. Maar die gevoelens hebben niet-gehandicapten ook.”
Sascha
”In therapie heb ik onder andere braille leren lezen, hoe met een stok te lopen en leren typen. Ik heb ongeveer een jaar gedaan voordat ik echt om kon gaan met mijn computer. Toen ik mijn geleidehond kreeg moest ik daarvoor drie weken intern naar Amstelveen waar ik lessen kreeg in de hond commando’s geven, hoe met haar te lopen, de hond beter te leren kennen, etcetera. Eigenlijk ben ik nooit een grote hondenvriend geweest, maar sinds ik een geleidehond heb denk ik daar heel anders over. Ik zou echt niet zonder Sascha, dat is mijn geleidehond nu, kunnen en willen.”
”De eerste jaren van mijn blind zijn heb ik me vaak afhankelijk opgesteld. Dan gaf ik regelmatig dingen uit handen. Inmiddels ben ik alweer 24 jaar blind en kan behoorlijk goed op eigen benen staan. Mijn eerste treinreis alleen was een hele ervaring. Dat durfde ik pas acht jaar na mijn ongeluk. En hoe trots was ik toen ik op de plaats van bestemming aankwam. Sindsdien ben ik steeds daadkrachtiger geworden en laat ik mij door mijn handicap zo min mogelijk beperken.”
Blind zijn en de samenleving
”Veel dingen in de samenleving zijn nog steeds niet aangepast aan een visuele handicap. Veel openbare gebouwen en wegen houden echt geen rekening met blinden of slechtzienden. Zo mis ik de rubber- of ribbeltegels op veel plaatsen. Of wat dacht je van een pinautomaat? Hoe moeilijk is het daar een paar puntjes op te plaatsen?”
”Sinds mijn ongeluk heb ik een Wanjong-uitkering en doe ik wat vrijwilligerswerk. Ik ben opgeleid tot technicus, maar als je blind bent heb je daar niets meer aan. Op dit moment help ik mensen die net blind zijn geworden met braille lezen en om te gaan met de computer. Dat is erg leuk om te doen en zorgt ervoor dat ik steeds nieuwe mensen leer kennen. Laatst ben ik met iemand die ik had geholpen naar een concert geweest. Met zijn tweeën, zonder begeleiding. Dat was voor hem heel spannend en zodoende voor mij ook wel.”
Anders
”Vanzelfsprekend heb ik tot het ongeluk nooit beseft hoe mijn leven zou veranderen na die ene rit. Als ik nou iets meer afstand had genomen had mijn toekomst er heel anders uit gezien. Maar als ik anders tegen de wagen was opgeknald ook. Ik blijf sommige dingen zeker missen. Dat ik niet kan zien hoe mijn vrienden ouder zijn geworden, bijvoorbeeld. En hoe zie ik er zelf nu eigenlijk uit? Toch kan ik in het grote geheel alleen maar blij zijn met de afloop en wat ik desondanks allemaal heb kunnen bereiken. Het is weliswaar anders, maar het heeft me absoluut sterker gemaakt.”